Karin Amatmoekrim » thoughts

Archive for the ‘thoughts’ category

Net als Ramses

Wednesday, December 2nd, 2009

shaffy.jpg

Ramses is dood. Lang leve Ramses.

Hier nog een keer de column die ik voor nrc.Next over Shaffy schreef.

Ik zou, net als Ramses, naar jongelui glimlachen

Ik woon tegenover een verpleeghuis. Het is een statig gebouw met een groot terras langs het water. In de vooravond dommelen de bewoners er in gemakkelijke stoelen weg. Ik ben ook wel eens binnen geweest. Ze hebben een mooie, lichte aula. Als je omhoog kijkt, zie je door het glazen plafond de wolken langs glijden.

De bewoners hebben hun eigen, vaste plek in de buurt. Voor de ingang van het huis zit bijvoorbeeld vaak een man zonder benen, zijn rolstoel op de rem. Hij rookt als een schoorsteen en kijkt elke voorbijganger net zolang aan totdat deze hem groet. Ook is er een nijdige zwarte man, ook in rolstoel, die al vloekend stoepen en bruggen trotseert. Als iemand behulpzaam toesnelt, slaat hij kwaad om zich heen en zegt dat hij geen hulp nodig heeft. Een keer fietste ik voorbij toen hij net bovenaan een brug stond. Hij rolde er met een noodvaart vanaf. Ik was doodsbang dat hij over de kop zou slaan, maar hij hield stand. Toen hij mijn bezorgde blik ving, riep hij; “Waar bemoei je je mee!” Ik fietste snel door.

Ik heb ook een lievelingsbejaarde. Het is een man die op terrasjes in de buurt koffie drinkt, meestal alleen. Hij heeft een lieve, beetje afwezige blik. Gisteravond at ik met mijn schoonmoeder een pizza in een restaurant om de hoek, en de lieve meneer zat er ook. Hij knikte, als altijd, heel vriendelijk naar me.
“Dat is Ramses Shaffy,” zei mijn schoonmoeder. Ik zei dat ik hem niet had herkend. “Hij was vroeger een mooie man, hoor. Een kop vol haar, had-ie.” Ik keek naar mijn lievelingsbejaarde. Hij is grijs, en bijna kaal. Thuis zocht ik hem op met Google. Ik las dat hij een vol leven had. Hij won prijzen, voer met een bootje door de grachten, scoorde veel hits. En nu is hij heel ziek, begrijp ik. Het maakt me een beetje verdrietig. Net als aan die andere opa’s uit het tehuis, ook aan die nijdige, die op iedereen scheldt, ben ik aan hem verknocht geraakt.

Natuurlijk benijd ik hem niet, zo ziek als hij is. Maar toch lijkt het me wel wat; je oude dag te slijten in een fijn tehuis vol kleurrijke figuren, terug te kunnen kijken op een mooi leven. Ik zou, net als Ramses, vanaf een terras naar jongelui glimlachen en denken; geniet er maar van, mijn kind. Voor je het weet is het voorbij.

Recensie Titus

Tuesday, November 17th, 2009

the-famous-pose-of-albert-camus1.jpgSoms (heel, heel soms) krijgt je werk een recensie die in je stoutste dromen nog niet voorkwam. Dat is hieronder het geval. Knijp me maar niet.

‘Niets zo mooi als een boek dicht te slaan en te kunnen zeggen: dit is gewoon steengoed. En zeker als een auteur met zo’n boek een onverwachte richting inslaat. (…) Nu is Karin Amatmoekrim toch al geen auteur die haar vleugels liet vastprikken met knopspelden. Ze debuteerde in 2004 met Het knipperleven over een terminaal zieke vrouw die zich afvraagt hoe ze haar omgeving moet confronteren met haar droevige laatste boodschap. Twee jaar later kwam Amatmoekrim met haar grote familieroman Wanneer wij samen zijn, het relaas van generaties Javanen aan beide zijden van de oceaan – door de Nederlandse pers schandelijk verwaarloosd. En nu is er Titus, waarmee de schrijfster in het hoofd kruipt van een man die net zijn bloedmooie vrouw heeft verloren. (…) Maar het belangrijkste is toch dat zij een bijna Camus-achtig wereldbeeld neerzet in al bijna even Camus-achtige heldere zinnen. En mij dunkt: een vergelijking met een reus als de Franse existentialist moet men niet lichtvaardig maken. Bij Amatmoekrim is die vergelijking niet lichtvaardig.
Met Suriname, met de roots van de schrijfster, met haar etnisch of culturele gebondenheid heeft de roman zowat niets te maken (al speelt de huidskleur van de hoofdpersoon wel een rol). Het verhaal speelt zich af in Amsterdam, Kopenhagen, Barcelona en New York. Met een volstrekte vanzelfsprekendheid eigent de auteur zich een wereld toe die groter is dan wat besloten ligt in dat soms zo claustrofobische woord ‘afkomst’. En zo moet het ook. De wereld voor jonge mensen is veel groter dan wat er in dat ene woord besloten ligt. Dat lijkt zo voor de hand liggend, maar is het niet. (…) Het is goed om te zien dat er ook auteurs zijn die er blijk van geven dat een schrijver zich elke verhaalstof in elke setting mag toeëigenen. Mits je maar verdomd goed schrijft. Zoals Karin Amatmoekrim.’

Michiel van Kempen


Who’s your momma

Monday, November 16th, 2009

untitled1.jpg

Zondag 15 november werd de eerste Black Magic Woman Literatuurprijs uitgereikt. Het was spannend, want de concurrentie was straf, maar uiteindelijk mocht ik het dikbebilde beeldje van kunstenares Helen Martina mee naar huis nemen.

Winnen is fijn.

Helemaal als de jury bestaat uit mensen als de respectabele professor Michiel van Kempen, schrijfster Christine Otten, Bezige Bij redacteur  Alfred Schaffer en politica Laetitia Griffith.

Het juryrapport:


‘De jury is er unaniem over eens dat het hier een geboren schrijfster betreft die het vak beheerst en een duidelijke ambitie aan de dag legt om het eigen schrijverschap serieus op de kaart te zetten. Dat eigen schrijverschap stoort zich niet aan grenzen: voor de nieuwe generatie vallen grenzen alleen samen met de hele globe. Amatmoekrim is een schrijfster die trefzeker beschrijvingen neerzet, overtuigende dialogen schrijft, die het verhaal zorgvuldig opbouwt en er niettemin flink de vaart in houdt. Zij bedient zich van een eigenzinnige manier van schrijven die overtuigt, en die het existentialisme van de jaren ’50 een geheel nieuwe dimensie geeft als eigentijds kosmopolitisch verhaal.’

Dikbilbiefstuk

Monday, October 12th, 2009

big_butt_chair.jpg

Ik krijg regelmatig emails van lezers-met-commentaar. Meestal zijn dat heel lieve berichten, en vaker dan je zou denken zijn ze nogal bezorgd van aard. Zoals de nrc.Next abonnees die mij een hart onder de riem willen steken naar aanleiding van een stukje over dikke billen en importbruidjes. Aanleiding voor mij om hier duidelijk te maken dat er geen reden tot bezorgdheid is. En om het stukje maar eens binnen eigen omgeving te plaatsen. Voor de mensen die het gemist hebben. Op voorwaarde dat jullie niet ook nog eens gaan mailen. Encore!

Ik dacht dat ik op z’n minst een dikbilbiefstukje was

 

Wat betreft literatuur ben ik niet bepaald een early adopter. Vorig jaar kocht ik pas Joe Speedboat (die was fantastisch) en ik heb net voor het eerst een roman van Murakami uit (vond ik niks). Nu ben ik begonnen aan Vuijsjes Alleen maar nette mensen. Niet omdat ik denk dat ik er iets aan mis als ik het niet doe, maar omdat ik als Surinaamse toch moet weten wat deze Hollander te vertellen heeft over ons soort mensen. Wat ik vooral leerde, is dat Hollanders kennelijk heel rare dingen zeggen, als wij er niet bij zijn. Zoals dat witte dames het neusje van de zalm zijn, en de gekleurde vrouwen vergelijkbaar zijn met een soort fast food. Snel, makkelijk, en eerlijk gezegd nogal ongezond. Je gaat, als woman of colour, dan toch anders naar jezelf kijken. Ik, een kroketje? Ik dacht dat ik eigenlijk wel tot de dure kaviaar behoorde, of op zijn minst een dikbilbiefstukje was. Maar misschien is het ook wel zo, dat als anderen mij met mijn blanke lief over straat zien lopen, ze denken dat hij niet beter kon krijgen. Hij is een beetje sneu, en ik ben een Aziatisch importbruidje!

 

Nou vermoedde ik altijd al dat de witte Nederlander er een andere agenda op na houdt, als hij ‘onder elkaar’ is. Zoals die sketch van een Amerikaanse komiek, waarin de laatste zwarte man de tram uitstapt en de overgebleven witte passagiers terstond een feestje geven, inclusief cocktailjurkjes en luid geschaterlach. Dat gevoel heb ik namelijk ook als ik radioprogramma’s luister. En dan degenen waarin heel veel gepraat wordt, door bekende disk jockeys, die een dik salaris krijgen omdat ze zo ontzettend grappig zijn. Ik begrijp ze nooit. Ik vind ze nooit grappig. Ze zeggen dingen die niets zeggen, en dan gaan ze heel hard lachen, tegelijk, alsof het een wedstrijd is in wie de beste volvette bulderlach heeft. Ik denk dan altijd dat iedereen de doelgroep is, behalve ik. En dan voel ik me een beetje buitengesloten.

 

Ik zag Robert Vuijsje op tv. Hij is stevig. Hij lacht ook hard, net als die mannen op de radio. Naar ik begrijp heeft hij een Surinaamse vriendin. Hij sluit de zwarte vrouw dus niet buiten, maar juist heel erg in. Leuk hoor. Maar ik hoor zijn oude vrienden al zeggen, als Roberts vriendin er niet bij is, terwijl ze naar Roberts bolle buik wijzen; ‘Zie je wel, dat krijg je van al dat fast food.’

 

 

 

Karin Amatmoekrim

Nominatie Black Magic Woman Literatuurprijs

Thursday, October 1st, 2009

bmw-nieuw.jpg

Ja ja, uw Amatmoekrim is genomineerd voor de allereerste literatuurprijs van het Black Magic Woman Festival. In eerdere edities van het festival trad ik al met veel plezier op, en nu ding ik dus mee naar een heuse literaire prijs.

De competitie is ondertussen niet mis; de andere twee genomineerden zijn Tessa Leuwsha met Solo, een liefde en Naima el Bezaz met Het Gelukssyndroom.

De jury zal mij en mijn Titus beoordelen op zeggingskracht, originaliteit en actualiteit van schrijfsters in de diaspora.

De uitreiking is zondag 15 november, om 19:30 in de Ymerezaal van het Bijlmer Parktheater.

Recensie De radicaal

Tuesday, September 8th, 2009

omslag-radicaal.jpg

Frank van der Lecq recenseerde voor 8weekly de bundel De radicaal. Dat het rijkelijk laat is - het boek kwam uit in mei - vergeven we hem graag.

‘Twee schrijvers slagen er in om het radicalisme heel dichtbij te brengen: Joris van Casteren beschrijft op zeer kleurrijke wijze het ontluisterende leven van Frederik van Eeden, waarschijnlijk de meest radicale schrijver uit de Nederlandse historie (…). Het absolute hoogtepunt van De radicaal is evenwel het verhaal van Karin Amatmoekrim, die overtuigend laat zien hoe klein en eenvoudig de stap naar radicalisme kan zijn, en hoe makkelijk het soms is om daar begrip voor op te brengen.‘ (8weekly.nl)

Lege dagen

Tuesday, December 2nd, 2008

moleskine.jpg

Welke een tevredenheid maakt zich van mij meester. Na twee jaar en 2,5 volgeschreven notitieblokken, strekken zich in elk geval een paar volmaakt lege dagen voor me uit.

‘Titus’ is af!

Fragment uit ‘Titus’

Monday, December 1st, 2008

Een zeer verheugde Karin Amatmoekrim schrijft vandaag; Het nieuwe boek is nagenoeg af. Als we op dit spoor blijven, komt het in februari uit. Hoera!

Als beloofd, een nieuw fragment uit het boek. Verteld vanuit het personage ‘Buurman Schrijver,’ die hier zijn aantekeningen naleest. Het beeld is een ontroerend en angstaanjagend doek van Helene Schjerfbeck.

schjerfbeck.jpg

Het was moeilijk om haar terug te vinden. Toen ik haar eenmaal had waar ik haar hebben wilde (naast me in het café, omgekocht met Martini’s en sigaretten. Gauloises. Ze waardeerde mijn geheugen voor details), vertelde ze dat ze een tijdje ondergedoken zat. ‘Een huis voor huislozen,’ antwoordde ze enkel toen ik vroeg waar ze zich had verscholen (ik dorste nog niet te vragen voor wie). En toen; ‘Er zijn er nog een paar die zich om ons bekommeren,’ op een manier die deed  vermoeden dat ook ik tot haar ons behoorde.
Ik besteedde verder weinig tijd aan small talk. Ze was teveel een vrouw van de wereld om die niet te doorzien.
‘Ik wil weten wat jij van Titus weet. De man van het meisje dat jij hebt zien verongelukken.’
Ze keek me aan met die kattenogen van haar, die hoe dan ook dit keer niet meer het effect op me hadden als de dag dat ik haar ontmoette.
‘Tutoyeren we elkaar al?’
Ik liet me niet van slag brengen en zei dat we dat inderdaad deden, omdat we dan konden doen alsof we goede vrienden waren.
‘Goede vrienden van de fles,’ reageerde ze.
Ik begon bang te worden dat ik haar op een verkeerde dag getroffen had.
‘Als je niet wil praten, dan doen we dit een andere keer.’
Volgens mij moest ze daar even over nadenken, want ze reageerde niet meteen. ‘Even mijn neus poederen,’ zei ze op die meisjesachtige manier die soms charmant was, en soms hopeloos misplaatst. Ik wachtte op haar en bestelde meer drank om haar ter wille te zijn. Toen ze terug kwam, was ze rustiger, meer als de vrouw die ik die ene dag op straat had gevonden. De kalmte die mooie vrouwen diep in zich meedragen, ook als ze hun schoonheid aan het verliezen zijn. Ik stak een sigaartje op. Dat doe ik altijd als ik nerveus ben, iets wat zij natuurlijk niet wist. Ik had het gevoel eindelijk mijn verhaal te krijgen. Ik vroeg haar het me te vertellen.

Ze zei; ‘Hij moet haar loslaten. Als hij wist wat de gevolgen zijn, zou hij het misschien doen. Misschien, maar waarschijnlijker ook niet. Ook al krijgen we de kans om te weten, de onnozelheid blijkt vaak al te aantrekkelijk. Maar Titus, met zijn onwil om die vrouw los te laten, is niet zozeer onnozel als wel zonder wortels. Hij drijft mee en houdt zich alleen vast aan de gedachte aan haar – het is net als bij die ene jongen, kom hoe heet hij. Einar, ja. Hij had een vriendin, zij was zo verliefd. Maar hij had het zelf niet in de gaten, he. Dat ze zo gek op hem was. Hij was ook niet op die manier in haar geïnteresseerd. Helene heette ze. Ze schilderde, het was een droeve vrouw. Ze schilderde zijn portret. En nu ze allebei dood zijn, hangt zijn gezicht vaak tussen haar andere doeken, omringd door levenden. Ze bekijken hem, betasten als niemand kijkt de verf, spreken proevend zijn naam uit. En Einar, wel op weg naar boven, wordt door die gedachten aan hem weer naar beneden getrokken. Onnatuurlijk, kan ik je vertellen. Hij hoort te stijgen, op de warmte van de aarde, waar ook de wolken op drijven, omhoog. In plaats daarvan trekt elke nieuw gevormde herinnering aan hem, hem met een lijntje terug naar de wereld. Hij heeft er schoon genoeg van. Zou ik ook hebben. Laat je nooit vereeuwigen in een schilderij, vriend. Of nog erger; in een boek.’

Ze dronk in een hoog tempo. Ik vroeg haar wie Einar was.
‘De love interest van Helene, zei ik toch.’
Ik vroeg haar waarom ze mensen enkel bij hun voornaam noemde.
‘Omdat ik ze anders niet meer uit elkaar houd.’
Ik zei dat dat niet logisch was. Ze haalde haar schouders op.
‘Zijn die Einar en Helene relevant voor het verhaal van Titus?’
‘Zijn we niet allemaal relevant voor elkaars verhaal?’
‘Beste vriendin,’ zei ik streng,‘Je weet over wie ik wil praten. Verdoe mijn tijd alsjeblieft niet.’
Ze had weg kunnen lopen, maar ze zei; ‘Goed. Ik laat die anderen eruit. Hoewel je moet weten dat Helene ook een schilderes was. Titus’ leven is nauw met kunst verbonden. Hij kent haar werk waarschijnlijk wel. Wat hij niet kent, zijn de waarheden erachter.’

Nieuwe werkplek

Thursday, August 14th, 2008

etage2.jpg

Op initiatief van collega-schrijver Esther Ending heb ik onlangs een etage betrokken in het voormalige Pop Instituut op de Amsterdamse Prins Hendrikkade. Het idee was om een plek te creeëren waar schrijvers rustig en toch samen konden werken. Als het ware om de eenzaamheid van het beroep van tijd tot tijd te ontvluchten. Een geweldig plan. Onder de zeven schrijvers die daar een bureautje hebben neergezet, zijn bovengenoemde Ending, Mustafa Stitou en Walter van den Berg. Er moeten er dus nog een aantal meer zijn - maar ik zie ze niet. Het is er l-e-e-g. Vooralsnog hoef ik er dus niet heen om minder eenzaam te zijn.

Gelukkig nodigt de voordeur uit tot bezoek.

etagedeur.jpg

TITUS

Thursday, August 14th, 2008

209_003-omslag-titus-13.jpg

Het nieuwe boek is inmiddels aangekondigd in de herfstcatalogus van Prometheus! Na een lange titel (Wanneer wij samen zijn) nu een uitermate korte; Titus.

Ik ben extreem opgewonden over de aanstaande lancering. En dat, terwijl het nog heel ver weg is. Januari, en als het een beetje tegenzit (wat meestal het geval is), februari. Spannend, spannend. Van tijd tot tijd zal ik wat fragmenten op deze site posten. Als ik het niet vergeet, tenminste. Mailen ter herinnering kan altijd; karin@amatmoekrim.com .