Karin Amatmoekrim » 2008» February

Archive for February, 2008

Bob de goeiste

Sunday, February 24th, 2008

bob-den-uyl.jpg

Afgelopen weekend dobberden een vriend en ik wat in een loze zaterdagavond rond. Middelmatige whiskey en slechte muziek, uitzicht op een vrijgezellengezelschap met opblaasbare penis, en hij vroeg me of ik wel eens stil stond bij de absurditeit van alles. Ik zei, natuurlijk, heb je ooit wel eens een boek van me gelezen, en ga volgende week mee naar de avond over Bob den Uyl. Hoe vaak stond hij niet stil bij de zinloosheid en de absurditeit van het bestaan (sla je wikipedia er maar eens op na) en ook al ken je de goede man niet, dan geeft dat niet - hij is immers al vijftien jaar dood, het is zeker de moeite om te gaan. Helemaal als ik er ben natuurlijk

Ik zeg; zet in je agenda. Woensdag 5 maart om 20:00 uur in de Balie. Een programma van de SLAA.

Buurman Schrijver - deel twee

Saturday, February 23rd, 2008

Deel twee van het fragment over Buurman Schrijver - een personage in het boek waarmee ik nu bezig ben. Volgens mijn zojuist getekende contract met Prometheus komt dat boek in het najaar uit… Ik zeg: beter begin je te schrijven, Karin.

1.jpg

(Beeld: Bob Gibson)

Buurman Schrijver hield zijn ogen onafgebroken gericht op het punt waar hij de politiewagens de hoek om had zien gaan. Hij liep zo snel als zijn stramme benen hem konden dragen, en toen hij eenmaal op de plek was waar alle sirenes samenkwamen, hadden zich er al tientallen mensen verzameld. Hij schaamde zich niet voor zijn nieuwsgierigheid. Het was op dit soort plekken, waar een ongelukkig toeval, of was het een toevallig ongeluk, de kwetsbare laag van de beschaving had doorboord en waar zich in kleine, soms grotere, scheurtjes het lelijke gezicht van de chaos zich toonde. Hij was er ooit mee begonnen ernaar op zoek te gaan en bleek er een talent voor te hebben; hij herkende dat gezicht op veel plekken in zijn stad. Sindsdien schreef hij boeken. Boeken waaraan hij veel te danken had (zijn geld, zijn huis, zijn aanzien – hoewel hij om dat laatste niets gaf, klatergoud van vriendelijkheid had hem nooit kunnen bekoren), en boeken waar hij desondanks niks om gaf. Als ze eenmaal geschreven waren, kotste hij ze uit; hier is het, doe ermee wat je wil, en keek hij er niet meer naar om. Het enige dat hem interesseerde, waren de plekken waar vrede en veiligheid op de helling stonden, clownesk met de armen zwaaiden in een poging het evenwicht te bewaren, alsnog omvielen omdat het ongeluk aan het langste eind had getrokken, of het meeste gewicht in de schaal legde – het is maar hoe je het bekijkt. Hij hoopte het ook hier weer te vinden. Dus baande hij zich ongegeneerd een weg door de toeschouwers heen, tot hij vooraan stond, met niemand tussen hem en een kleine vrachtwagen in dan een figuur die bewegingsloos op de grond lag en vier ziekenbroeders die daaroverheen gebogen zaten. Om hem heen werd het ongeluk voor iedereen die zich bij de kijkers had gevoegd, opnieuw uit de doeken gedaan. Zo hoorde Buurman Schrijver dat de figuur een vrouw was die door de vrachtwagen was aangereden. De bestuurder werd aangewezen; een man van middelbare leeftijd, die in alles voldeed aan een standaardbeeld van een vrachtwagenchauffeur, en die we daarom nu ook niet hoeven te beschrijven. Wat wel de moeite van het weten is, niet in de laatste plaats voor Buurman Schrijver, is hoe krijtwit het gezicht van de man was. Schrik was omgeslagen in wanhoop, en dat is - na woede – wellicht de lelijkste emotie die een gezicht kan tonen.

Wanhoop is ongepolijst en vloekt net zoveel met een gestroomlijnde samenleving als een kameel in een woonkamer; als je ermee oog in oog staat, weet je niet wat je ermee aan moet.
Toen de ziekenbroeders een wit laken over de vrouw heentrokken, ook over haar gezicht, besefte de chauffeur dat hij iemand had gedood. Hij draaide zich om en begon over te geven.
Een mens kan zich niet makkelijk ongelukkiger voelen dan de chauffeur op dat moment. Zijn publiek was hem desalniettemin niet vergevingsgezind en ze bleven misprijzend naar hem kijken, hier en daar met priemende wijsvingers en hardop uitgesproken oordeel. Buurman Schrijver sloeg het met een onbewogen gezicht gade, onopgemerkt als altijd temidden van de wanorde waarin hij zich het meest op zijn gemak voelde.

Toen viel hem een vrouw op.
Ze stond tussen twee geparkeerde auto’s in, een stukje van de rest van het publiek af. Een grote, donkere zonnebril verborg bijna de helft van haar gezicht en gaf haar de allure van een oude, Italiaanse filmster. Ze droeg haar haar in een knot, laag en dik in haar nek, met een paar plukken die nonchalant langs haar gezicht vielen. Maar er was iets, iets waardoor hij naar haar toegetrokken werd.

Naakt

Tuesday, February 12th, 2008

Sebas is mijn matti. Hij schrijft een blog voor FreshCotton. Dat doet hij best goed. Hoewel hij soms wel erg graag hip gevonden wil worden. Onlangs accepteerde hij, in een wanhopige poging om traffic naar zijn blog te genereren, een aanbod van Playboy. Hij keek er cool bij, maar ik weet dat hij ontzettend zenuwachtig was.

Wat zullen zijn ouders trots zijn.

playboy-kln.jpg

Buurman Schrijver

Tuesday, February 12th, 2008

Ik schrijf nu alweer een jaar aan een nieuwe roman. Hier volgt een fragment uit het manuscript. Beeld is een detail van het doek ‘An Aerial View of a City that Doesn’t Exist’ van Bob Gibson, dat de muur in mijn woonkamer siert. Het past wonderwel bij het onderstaande fragment.

bgibson-kln.jpg

Buurman Schrijver was een vrolijke en humoristische man. Dat wil zeggen; tot hij zijn grappen verloor, ergens tussen 1984 en 1986, hij wist niet precies wanneer het was gebeurd. Met zijn grappen, verdween ook zijn goede humeur en sindsdien was hij een uitgesproken nors persoon. Bovendien werd hij uiterst wantrouwig, daar hij altijd op zijn hoede was weer iets te verliezen dat hem eigen was. Deze norse, wantrouwige man trok op een regenachtige dag, zoals er zoveel zijn in een stad als deze, juist de deur achter zich dicht toen hij bedacht dat hij een paraplu mee had moeten nemen. Hij bleef staan, zijn armen slap langs het versleten corduroy van zijn broek, en nam een moment of twee om te beslissen wat hij moest doen. Uiteindelijk stak hij zijn handen in zijn zakken en liep de trap af naar de uitgang van het appartementencomplex. Eenmaal op de stoep voor het gebouw constateerde hij, overigens zonder enige tevredenheid, dat een paraplu nutteloos zou zijn geweest tegen de harde wind die hem met vlagen regen om de oren sloeg. Hij trok zijn hoed diep over zijn ogen en begon vastberaden aan de wandeling naar het nabijgelegen grand café, en ik kan u nu al verklappen dat hij daar een espresso en een grappa zou bestellen. Buurman Schrijver was namelijk een man van gewoonte.

In het grand café stond de ober al uit te kijken naar zijn vaste klant. Toen hij deze de hoek van de straat om zag komen, hield hij de deur voor hem open en zei met een zachte, maar duidelijke stem; ‘Goedemorgen meneer Kuijpers. Ik heb de krant al op uw tafel gelegd. Zal ik uw jas even aannemen?’ Buurman Schrijver knikte en bedacht, zoals elke ochtend, dat hij de manieren van het personeel in dit etablissement toch erg waardeerde. Hij nam plaats aan het kleine vierkante tafeltje dat uitkeek op de straat en sloeg zonder aarzelen de krant open. De ober zette zijn koffie en een klein glaasje grappa voor hem neer en vertrok geruisloos. Buurman Schrijver las het nieuws. De ober poetste de glazen achter de bar eens extra op. Oude, trage Motown vulde het Grand Café. Het geluid van de regen buiten viel de muziek bij. Op de stamgast in de hoek, achter zijn krant na, bleef het café leeg. De ober bekeek zijn glazen en knikte goedkeurend. Juist toen deze, tevreden met zijn werk en het kalme, voorspelbare begin van zijn dag, bij zichzelf dacht; ‘Dit is toch wat de mens zoekt. Rust,’ zwol er een sirene aan tot oorverdovende proporties, verdrong de Motown en deed de twee mannen verschrikt opkijken van hun bezigheid. In een karavaan van geluid flitste er, heel kort, een ambulance voorbij. Twee politieauto’s volgden onmiddellijk, iets minder snel. De ober, bekomen van die eerste schrik, schudde geïrriteerd zijn hoofd. Buurman Schrijver vouwde zijn krant dicht en stond gehaast op. De ober snelde toe met zijn jas, terwijl zijn klant al bij de deur stond, de klink in de hand. ‘Uw jas, meneer.’ ‘Ja, natuurlijk. Bedankt.’ Hij pakte zijn jas en trok deze al lopend aan, terwijl hij zich naar het geluid van de sirenes haastte. De ober keek hem na, even maar, meer uit gewoonte dan uit nieuwsgierigheid, en begon daarna het tafeltje leeg te ruimen.
Hij had het mis, de ober. Mensen zoeken geen rust, in elk geval Buurman Schrijver niet. Wat hij wel zocht, was niet helemaal duidelijk, maar hij dacht het in elk geval in chaos te vinden.

Ronnie en kornuiten

Thursday, February 7th, 2008

walkman.jpg

Een verhaal is een vreemd verschijnsel. Eschers luchtkasteel, of mijn schildpad, groeide vorig jaar uit tot iemand genaamd Ronnie. Hij is een charmante, creatieve eenling. Iemand die jij altijd hebt willen zijn. Ik vertel je er alles over als je deze mp3 downloadt.

Karin op je iPod. Het moet niet gekker worden.

De schildpad en de vrouw

Thursday, February 7th, 2008

luchtkasteel.jpg

Deze ets hangt in het Escher Museum in Den Haag. De naam: Luchtkasteel (1928). Het beeldt een schildpad af, met op zijn rug een vrouw.

Ik bedacht dat men niet zo lang geleden geloofde dat de aarde een platte schijf was, gedragen door een reusachtige schildpad. Ik bedacht ook, dat als ik een verhaal bij dit werk zou hebben, het ongeveer zo zou gaan:

De schildpad en de vrouw

Ze verleidde de schildpad om haar mee te voeren. Het idee om hun verantwoordelijkheid af te leggen – zij de zorg voor haar ziekelijke, oude man, hij de letterlijke last van de wereld – was van zo’n hemelbestormende romantiek dat de schildpad toegaf. Ze klom op zijn rug, beetje bij beetje. Hoe meer de wereld wegschoof, hoe meer plek er voor haar was om te staan. Toen zij uiteindelijk alle plaats van de wereld had, zonk de aarde niet zoals ze verwacht hadden. Zij zweefde weg. Eerst was er een stomme verbijstering. Toen besefte de vrouw pas waarvan ze zich had ontdaan. Toen begreep ook de schildpad wat zijn keuze had ingehouden. Een vrouw die spijt had voor hem te hebben gekozen. Een weg die hij niet meer terug kon gaan. Zij hief haar armen. Niet ten hemel, maar ter aarde, die zich zacht deinend op de wind boven hen bevond. De schildpad schudde zijn eeltige kop en voelde hoe de eeuwigheid aan zijn poten trok.

SLAA

Wednesday, February 6th, 2008

Sinds gisteren maak ik officieel deel uit van de denktank annex redactieraad bij de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam. De SLAA maakt al een kwart eeuw programma’s voor de naar literatuur, filosofie en kunst hongerige stadsmens. Prachtige programma’s, vaak. En toch zijn ze niet erg bekend onder een breder publiek. Ik zeg: laten we daar iets aan doen. Hou hun site in de gaten www.slaa.nl voor de nodige verdieping.

slaa.jpg

Jawel! Amatmoekrim online

Wednesday, February 6th, 2008

Met dank aan 21bis, die bebaarde kunstenaar annex designer. Frank de goeiste!

De site is live, en dat betekent dat ik een bericht op de home page moet zetten. Ik zeg:

Welkom.

Maar ik heb nu geen tijd voor meer. Dat begint goed inderdaad. Daarom meteen maar even kijken hoe een fotootje staat.
Dit is Bolle: nice to meet you.

sumitje.jpg