amatmoekrimhetgym.png

‘Hoe meer buitenlanders er kwamen wonen, hoe meer boerenbont er voor de andere ramen werd uitgestald. En zo was er dan een soort van evenwicht.’
.

Het flatgebouw waarin Sandra met haar moeder en halfzusje woont, kijkt uit op het industriegebied en op andere, identieke flats. De wijk groeit dicht met Turkse gastarbeiders en andere immigranten. De oorspronkelijke wijkenaren zijn het meer en meer zat en beginnen zich te verzetten tegen de verloedering van hun buurt.

Na de basisschool moet Sandra van haar moeder naar het zelfstandig gymnasium in het dorp. Ze wil niet. Het ‘gennasium’, zoals de school in de wijk wordt genoemd, is voor kakkers. Daar heeft een allochtoon kind uit een kansarm eenoudergezin  volgens de mensen in de wijk niets te zoeken.

Toch lijken de kakkers op ‘het gym’ bij voorbaat al blij te zijn met Sandra. Ze hoeft er, vreemd genoeg, niet veel voor te doen. Haar afkomst is opeens iets positiefs. Tot ze ruzie krijgt met een klasgenoot, en niemand het voor haar opneemt. Ze besluit het op z’n wijks aan te pakken – en slaat de jongen in elkaar.

Het is het begin van een verwarrende tijd, waarin oude regels niet meer gelden en nieuwe regels uitermate vaag blijven.

Het gym is een briljant en schrijnend verhaal over de multiculturele kramp van Nederland, eindelijk eens van binnenuit en met ongelooflijk veel humor beschreven.

Recensies van Het gym:

NRC/Handelsblad: ‘Het gym is een lichtvoetige en geestige roman. Het aangenaam luchtige zit vooral in de heldere, spreektalige zinnen en in de trefzekere dialogen. Als Sandra, op aandringen van haar vriendinnen, auditie doet voor het schooltoneel, omdat dat ‘ab-so-luut onmisbaar’ zou zijn voor haar ontwikkeling, krijgt ze een rol toegewezen in een eigentijdse versie van Faust. Dan roept ze verschrikt uit; ‘Tering, ik ben god.’
Haar grote voorbeeld op school is de leraar Nederlands. Hij maakt geen onderscheid tussen rang of stand en trekt niemand voor. Als hij tegen haar zegt dat ze schrijftalent heeft, voelt ze zich voor het eerst in haar leven machtig. Zij kan iets dat alleen van haar is, en dat niets te maken heeft met onbetaalde rekeningen of met de lapzwans die zich haar vader noemt. Ze leest dan met nog meer aandacht de sombere boeken waar de leraar zo van houdt; ‘Boeken over jongemannen die opgroeiden. En dat het dan allemaal tegenviel.’ Het gym gaat over een jong meisje dat opgroeit. En ook haar valt het vaak tegen. Het aardige van dit boek is vooral dat Sandra geen typetje is geworden. Ze is geen woordvoerster van een belangengroepering, maar een kwetsbare, onzekere puber, die het allemaal niet zo goed weet. Amatmoekrim portretteert hier een ontheemde die steeds opnieuw tussen wal en schip valt. Ze is nooit helemaal Nederlands geworden, maar ze is ook niet echt meer Surinaams. Geen slet, maar ook geen nerd. Geen anita of sjonnie, maar ook geen zelfverzekerde gymnasiast. (…) Amatmoekrim kiest hier, zou je kunnen zeggen, voor een dubbel paspoort, een dubbele identiteit. Ze staat niet toe dat Sandra ‘een bruine kakker’ wordt – iemand die achterstandswijk en gymnasium soepeltjes met elkaar weet te combineren. Om haar heldin scherp te houden, zal ze moeten lijden.’

nrc.next: **** (vier sterren)

De Volkskrant; ‘Genadeloos schetst Karin Amatmoekrim in haar nieuwe roman Het gym het leven van een Surinaams meisje tussen twee culturen. Ze spaart niets en niemand, ook niet de eigen Surinaamse gewoontes. (…) Amatmoekrim debuteerde in 2004 en sindsdien is zij geprezen om haar vaardige pen. Diezelfde vlotheid zit in haar nieuwe boek, alleen heeft zij er nu iets aan toegevoegd: ironie, humor. Het gym is niet alleen genadeloos, maar ook bijzonder grappig. (…) Het gym houdt allerlei groeperingen in de multiculturele samenleving een spiegel voor en laat zien hoe verwarrend het leven voor een kind in zo’n wereld kan zijn. Maar het verhaal wordt nergens zwaar. Dartel huppelt het voort en wat overblijft is vooral bewondering, voor de kleine Sandra met het pluizige haar, de platte borst en dikke kont, die absoluut niet zielig is.’ **** (4 sterren)

Trouw: ‘Sandra is zwart en komt uit de stad, als enige op haar school. Mooi beschrijft Karin Amatmoekrim hoe dit buitenbeentje stand houdt tussen de witte hockeymeisjes. (…) Er schuilt iets ontroerend zachts in Sandra, en in de wijze waarop Amatmoekrim haar portretteert. (…) Haar observaties zijn mooi, haar personages ontroeren.’

Vrij Nederland: ‘Helder en strak geschreven.’ **** (4 sterren)

LINDA.; ‘Wranggeestig inkijkje in het multiculturele drama. Maar ook een mooi coming of age-verhaal, van een meisje dat langzaam haar kracht en schoonheid ontdekt.’ (Marja Pruis)