Nooit Meer Slapen

2015

In de week van 15 tot en met 19 juni schrijf ik elke nacht een column voor VPRO’s Nooit Meer Slapen. Hier leest u het stuk van maandag 15 juni.

De aanleiding voor het stuk was de identificatie van het op Texel aangespoelde lijk van Mouaz al-Balkhi.

 

NOMEN NESCIO

Achter de duisternis vermoed ik de zee, zoals hij er lag in de nachten van mijn jeugd. Voorbij de duinen, voorbij het strand, waar geen licht meer schijnt omdat op het water de duisternis heerst. Waar als antwoord op de dag, wanneer het hoge licht van de hemel in het oppervlakte van het water, in de nacht de diepte van de zee weerspiegeld wordt. En zelfs nu, als de nacht valt, en er geen licht meer schijnt in de verte, bijvoorbeeld omdat het Franse platteland onverlicht is, of waar ik ook ben op dat moment, vermoed ik nog altijd de zee achter de duisternis. Het is een weemoedig vermoeden, een gevoel van bestemming, maar echt grijpen kan ik het niet. Nomen nescio, wanneer de naam van dat gevoel je niet invalt, of, wanneer je sterft en niemand weet wie in dat dode lichaam heeft gehuisd. De diepte trok aan zijn benen, de zee rolde om hem heen, en zo zie ik dat voor me, als alles dat aanspoelt op de kust, het rolde hem heen en weer, heen en weer, tot het land meer grip had dan het water. Nu pas, op 15 juni, weten ze aan wie dat lichaam toebehoorde.

Tweeëntwintig jaar, gevlucht uit Syrië, vastbesloten het te halen.

Hij belde zijn oom, zei; ‘Ik zie Engeland aan de overkant. Ik kom eraan.’

Het werd Texel, en een naamloos graf.

Achter de duisternis, ligt nog altijd de zee.

 

De aflevering is hier terug te luisteren.

Andere posts...