Nooit Meer Slapen

2015

In de week van 15 tot en met 19 juni schrijf ik elke nacht een column voor VPRO’s Nooit Meer Slapen. Hier leest u het stuk van woensdag 17 juni.

De aanleiding van het stuk was een artikel over Willem Holleeder, en een ouder artikel over de bewezen gedeelde neurologische oorsprong van creativiteit en schizofrenie.

 

Geen man normaler

Het was tien uur ’s ochtends toen Paul de krant opensloeg en schrok van een kleine kop, rechts van het grote nieuws. ‘De gedichten van Holleeder,’ las hij. Een oud gevoel van jaloezie bekroop hem. Hij herinnerde zich hoe, toen hij nog studeerde, een hoogleraar vertelde dat schizofrene mensen creatiever met de wereld omgaan. Paul had zijn hand opgestoken en gevraagd om een concreet voorbeeld. De professor antwoordde, neem een baksteen, en vraag aan een groep mensen wat ze ermee kunnen. De meesten zullen zeggen, een huis bouwen, een straat plaveien. Een schizofreen persoon ziet verbanden die anderen niet direct opvallen. Zo iemand zou kunnen antwoorden; met een baksteen creëer je kringen in een vijver.

 

Na afloop van het college was hij de universiteit uitgelopen en dacht aan de baksteen, en hij voelde zijn ziel rimpelen, alsof hij het was waarin een steen was geworpen. Dat was wat hij wilde, dacht hij. Creatief, op het randje van gek. Hij probeerde het een tijdje, nou vooruit, hij had het een vrij lange tijd geprobeerd om creatief te zijn, zo iemand waarvan ze zeiden hoe komt hij er toch op, maar het was hem niet gelukt. De kringen vielen stil, en nooit zag hij eens dingen die de wereld in beweging zetten, enkel de richting van de dingen die al waren verschoven.

 

Hij staarde naar de krantenkop toen zijn secretaresse met zijn koffie van tien uur binnenkwam. Secretaresse, dacht hij, lease auto, hypotheekrente, CITO-scores, alimentatie, sportschoolabonnement. Er was een verband, zoals met een steen en de kringen in het water, tussen alles wat er gebeurde en alles wat er bestond. Hij zag het alleen niet. Hij miste de poëzie erin. Het getekende gezicht van Holleeder staarde hem aan vanaf het krantenpapier. Hij schoof het ruw in de prullenbak naast zijn bureau, zijn secretaresse keek even op van het geluid, maar ging weer verder met haar bezigheden. Er was geen vermoeden van een gemis, dacht Paul. Want geen man is normaler dan ik.

Andere posts...