Nooit meer slapen – 2 juli 2014

2014

In de week van 30 juni tm 4 juli reageer ik met fictie op de actualiteit; elke nacht rond 1:00 te horen op VPRO Radio 1.

Hieronder het stukje van woensdag 2 juli 2014 (1 juli kwam te vervallen wegens de verlenging van een WK-wedstrijd).


Keti Koti

Er was een tijd dat gruwelijkheden een half doorzichtig, sluimerend bestaan leidden. Ze leefden in de verhalen die de ouderen aan elkaar vertelden, en in de liedjes die kinderen werden toegezongen als ze niet konden slapen. Het bestaan van de mensen was ervan doordrongen op een onnadrukkelijke, vanzelfsprekende manier. Zoals een angstige herinnering wel aan kracht in kon boeten, maar nooit vervaagde, zo waren de verschrikkingen van weleer deel van hun geworden. Het was als met de taal die ze spraken als er geen blanken bij waren, of de Afrikaanse gebruiken die ze vervlochten met het geloof in een witte god; het was een deel van hun omdat ze ermee geboren werden en ermee stierven.

Als haar ’s avonds in bed bij zijn vrouw ging liggen en naar haar lieve, blanke gezichtje keek, vroeg hij zich af of de schuld van haar voorouders over waren gegaan op haar, zoals het verdriet van de zijne als vanzelf door hem werd geërfd. Ze vroeg wat hem dwarszat, en hij loog dat er niets was omdat het hem een grove onbeschaamdheid leek om haar te vragen of ze soms, heel in de diepte van haar wezen, een gevoel van berouw gewaar werd. Een gevoel dat ze niet kon verklaren uit haar eigen ervaring, maar waarmee ze geboren was omdat ze eruit geboren was. Of zij iets in zich droeg, dat vergelijkbaar was met de angst en de vernedering in hem, een fundament van verdriet dat alles kleurde wat er verder op gebouwd werd.*

* Dit is een bewerking van een fragment uit De man van veel.

Andere posts...