One Love

2016

Voor VPRO’s Nooit Meer Slapen schreef ik vannacht de volgende column. Over Nasrdin Dchar, mijn nichtje en de noodzaak om je soms te verenigen. Klik op de foto voor meer informatie over Ieder1.

Maandag 19 september 2016

 

Ondanks mijn gebrek aan waardering voor collectieve inspanningen en sportieve prestaties, stond ik gisteren achter een dranghek bij de Dam tot Dam-loop. Ik was er om naar mijn echtgenoot te zwaaien. De kinderen en een nichtje van ons waren mee. Het zwaaien duurde niet meer dan een seconde, toen was hij weer uit het zicht. ‘Waar gaan ze heen?’ vroeg het nichtje verwonderd, en ik antwoordde dat ik me dat al jaren afvroeg bij hardlopers. Wat wacht hen aan het einde van de weg. Waarom hebben ze zo’n haast om er te komen. Waar gaan we überhaupt heen met de wereld, lief nichtje. Ik hoorde Nasrdin Dchar dezelfde vraag stellen in een Youtube filmpje waarin hij mensen opriep om vooral mee te lopen tijdens de manifestatie van zijn beweging Ieder1. Waar gaat het heen met ons land, vroeg hij aan zijn publiek. Het antwoord moest liggen in het vastberaden plan er iets van te maken, samen.

Ik dacht aan Voltaire’s Candide, en dat er ooit een rotsvast optimisme was waarin het westen geloofde. De weerzin tegen dat dogmatische vertrouwen in de gezeten macht luidde toen de Verlichting in. Dat was toen, en hoewel er in het hier en nu minder ziektes zijn, meer welvaart, minder oorlog, heerst vandaag de dag het pessimisme, en het kan geen toeval zijn dat het precies dezelfde functie heeft als het hardnekkig geloven dat alles is zoals het moet zijn; het voeden van het pessimisme van onze eeuw houdt de burger bezig, zodat hij nooit eens de vragen zal stellen die er werkelijk toe doen. Zodat de burger nooit eens de echte boosdoeners aanwijst, maar zich tegen de weerlozen keert en die uiteindelijk opvreet zoals dat sinds mensenheugenis gebeurt. Feiten en waarheden zijn waardeloos, wat van waarde is is nog steeds weerloos, en Donald Trump zou zomaar eens aan de macht kunnen komen. Ik ben niet pessimistisch, althans niet op de manier zoals de blanke boze burgers met hun spandoeken, de laaghangende mondhoeken, de zonder blikken of blozen gelegde verbinding tussen vluchtelingen en Hollandse bejaarden die verkommeren in tehuizen. Niet op die manier ben ik pessimistisch. Wel op de manier dat het moeilijk vechten is tegen het menselijke verlangen om te vernietigen. Om egoïstisch te zijn. Om te verdelen. Maar ik zal de gedachten afschudden, me verzetten tegen de weerzin om een collectief gebaar te maken. Want het antwoord op de vraag die Nasrdin Dchar en zijn beweging stelt, moet hetzelfde zijn als de vraag van mijn kleine nichtje. Waar gaan we heen? Ik weet het niet, ik ben ook maar een schrijver, mijn hoop is een sprankje dat zich verbergt in de letters tussen de kaften in boekenkasten waarin niemand meer zoekt naar duiding omdat het erbuiten meningen flitst en schittert dat het een aard heeft. Waar we heen lopen of rennen weet ik niet, als het maar op een pad is dat wegleidt van het cynisme en de machteloosheid. Als we maar iets doen tegen de ziekte van onze tijd.

Andere posts...